Netwerkbijeenkomst op 25 november 2009

Op 25 november 2009 organiseerde ZNetwerk in samenwerking met "Ondernemen in de Zorg" een netwerkbijeenkomst met als thema: "Ondernemen in de GGZ".

Er werd gesproken door Evert Hans van Woerkom (manager bedrijfsvoering Fornhese) en Juliette Becking (Psychologen Praktijk Veldhoven).

Het verslag en de presentaties kunt u hier downloaden:

Verslag van het event Ondernemen in  GGZ op 25 november 2009.

De eerste spreker was Evert-Hans van Woerkom MBA, manager bedrijfsvoering Fornhese, Symfora Groep. Hij begon met een korte introductie van Fornhese. ’Fornhese biedt behandeling voor kinderen en jeugdigen met psychiatrische problematiek, we bieden onder andere poliklinische-, deeltijd-, en klinische behandeling.‘

Vervolgens ging hij nader in op het onderwerp: ’In uw uitnodiging stond: “Het accent van de bijeenkomst komt te liggen ondernemerschap binnen de geestelijke gezondheidzorg. Hoe ga je om met zaken als zorg contracteren, zwaartepakketten, kwaliteitsindicatoren en marktwerking?”. Dit is best breed, dus ik ben van plan me te concentreren op ondernemerschap, bewust risico’s hanteren, het leveren van diensten met als doel winst maken. Waar gaat het eigenlijk om? Winst in euro’s? Naar mijn idee gaat het om maatschappelijk nut, daar zou het naar mijn idee althans over moeten gaan.’ Vervolgens vroeg hij zich af of ondernemerschap ons kan redden. Welke trends spelen er mee? Welk spel wordt gespeeld? Volgens Van Woerkom is sprake van duurzame trends in de jeugdzorg: ’Van beleidsterrein naar levensloop van een kind, van voorzieningen naar ketens en van aanbodgestuurd naar vraaggericht.’
Van Woerkom had een aantal aanbevelingen om de riscio’s te hanteren. Ontwikkel op basis van kernkwaliteiten, passend bij de lange termijn, trends in onze samenleving. Creëer een uniek aanbod, zorg voor vervlechting, wederzijdse afhankelijkheid in de keten. Committeer politiek en financiers en werk met evidence based management.


Hij vond, dat  er een gezamenlijk, effectief en adequaat behandelingsaanbod voor kinderen zou moeten komen, die zowel een kinderpsychiatrische als orthopedagogische indicatie hebben.
Vervolgens volgde er een aardige discussie met het publiek, waar onder andere de vraag werd gesteld wie nu eigenlijk de klant is. Het kind, de ouder of de zorgverzekeraar die de hulp vraag koopkrachtig maakt? Daarnaast sprak men over hoe om te gaan met de neiging van de overheid om alles te beheersen.

Presentatie van Juliette Becking

Juliette Becking is klinisch psycholoog/psychotherapeut en één van de drie directeur-eigenaren van de psychologenpraktijk Veldhoven. Zij stelde zichzelf de vraag of zij verstand had van ondernemen. Ze kan geen bedrijfskundig onderbouwd verhaal vertellen, slechts haar eigen verhaal: hoe zijn zij van tweemans particuliere praktijk uitgegroeid tot een GGz-instelling met 47 mensen en ruim drie miljoen euro omzet. Becking: ‘We zijn zes jaar geleden begonnen in deze vorm te werken, toen werden we een GGz-instelling. Daarvoor was het uurtje factuurtje. We hadden weinig overleg en we waren voornamelijk met onze cliënten bezig. Onze manier van ondernemen was hard werken, kwaliteit leveren en goed contact hebben met de verwijzers. Wij vonden het feit dat we als tweedelijns instelling in NZa-parameters werden uitbetaald ongelooflijk luxe. We konden nu complexere problematiek behandelen, parallel behandelingen en groepstherapieën uitoefenen. Daarnaast werd psychodiagnostiek vergoed. Met name dit laatste was een grote vooruitgang, omdat wij diagnostiek altijd van groot belang hebben gevonden, maar het tot dan toe niet vergoed kregen.’’


Op de vraag uit het publiek of je medewerkers mee krijgt in dit proces, zei ze: ’Soms  wil iemand een opleiding doen die van ons niet in werktijd mag. Ik kan zo verbaasd zijn dat mensen dan besluiten de opleiding niet te doen. Hoe gemotiveerd ben je dan? Het was voor ons overigens helemaal geen probleem om de werknemers mee te krijgen, omdat we alle ruimte geven aan de professional. Psychologen en andere hulpverleners in GGz zijn stuk voor stuk zeer gemotiveerde, betrokken professionals, die niets liever doen dan hun vak uitoefenen. Ze hebben een mooi en moeilijk vak en willen graag behandelen, hun vakkennis vergroten en ervaring verdiepen door supervisie, intervisie en opleidingen. Van deze kracht en beweging maken wij gebruik: creëer de goede omstandigheden, neem je mensen en hun wensen serieus en geef ze hun eigen verantwoordelijkheid. Ze werken eerder te hard dan te weinig.  Zorg verlenen zit hen in het bloed. Dus als je geen kwaad bloed zet, dan stroomt het vanzelf.’


Vervolgens sprak zij over haar drie “bijna heilige” P’s: persoonlijk, passie en plezier. Ze vertelde: ’Als bij ons een nieuwe psycholoog werkt, die helemaal is opgeleid in de cognitieve gedragstherapie en in de cliëntbespreking na een of twee gesprekken alle klachten opsomt en daar direct een protocol aan wil plakken, dan vraag ik weleens dingen als ”hoe gaat het eigenlijk met die mevrouw”. Ik wil per se dat ze de mens zelf blijven zien, een mens met een eigen persoonlijkheid, eigen geschiedenis en een eigen, heel persoonlijke, belevingswereld. De klachten die deze mens ervaart hebben altijd een betekenis. Ik wil dat ze, naast het protocollair en evidence-based, ook en vooral persoonsgericht en contextueel werken: de klachten moeten worden geplaatst in de belevingswereld en omstandigheden(context) van deze mens.’’
 
 

 

laatst aangepast op: 23-12-2009 om 16:02:18